Gemeenten willen aantrekkelijker vestigingsklimaat in Zuidoost Hageland

 

 

Een werkgroep met vertegenwoordigers van de gemeenten Hoegaarden, Tienen, Glabbeek, Kortenaken, Linter, Landen, Zoutleeuw, Geetbets en met betreffende partners (Regioteam, Interleuven, VOKA, POM en provincie) kwam samen om oplossingen te zoeken.

Eerst werden de vestigingsvoorwaarden en het flankerend beleid in kaart gebracht en vergeleken met andere regio’s.

ZO Hageland is goed gelegen, over het algemeen goed ontsloten, onderwijs en arbeidskrachten en mentaliteit spelen in het voordeel. Er worden initiatieven genomen om meer gemeentelijke of intergemeentelijke KMO-en ambachtenzones te voorzien. Maar processen worden vertraagd door een kluwen van regelgeving en burgerinitiatieven. En de concurrentie is reëel, andere regio’s hebben een groter aanbod aan bedrijfsgronden, andere vestigingsvoorwaarden en een interessanter flankerend beleid.

Op langere termijn komt er met het Soldatenveld in Tienen 47 ha extra ruimte voor grotere bedrijven.

De gemeenten werkten een plan uit dat legislatuur-overschrijdend moet worden opgevat, toekomstgericht op 2030.

ZO Hageland vraagt aan Vlaanderen:

  • Een actievere rol van Agentschap Innovatie en Ondernemen, met een draaiboek voor KMO’s met alle subsidiemogelijkheden toegepast op de regio;
  • Betere communicatie over de maatregel ‘ontwrichte zone’ (een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing bij extra arbeidsplaatsen) zodat lokale besturen en bedrijven hiervan op de hoogte zijn;
  • Een oproep voor activeringsprojecten (van bestemde maar niet ingevulde gronden) omdat die wel door Vlaanderen is aangekondigd maar nog steeds niet werd gelanceerd;
  • Betere controle en betere instrumenten tegen speculatieve leegstand (bijsturing van decreet);
  • Meer en beter overleg met De Lijn in functie van een goede ontsluiting van bedrijvenzones en dorpskernen;
  • Meer financiële steun voor de (her)ontwikkeling van bedrijvenzones zoals die bijvoorbeeld in Limburg bestaat;
  • Gemeentelijke KMO- en ambachtenzones, die misschien minder goed aansluiten bij een hoofddorp en bestaande activiteiten maar die wel goed ontsloten zijn (bijsturing van Vlaamse richtlijnen);
  • Extra financiële steun voor een betere ontsluiting van Tienen (oostelijke ring);
  • Realisatie van gemengd bedrijventerrein in Landen aan E40;

ZO Hageland vraagt aan het provinciebestuur/de gedeputeerden:

  • Steun voor gemeentelijke KMO- en ambachtenzones (ook binnen de planningsprocessen)
  • (Financiële middelen voor) Een begeleidingsloket voor deze regio met het oog op concrete opvolging van ruimtevragen plus begeleiding;
  • Een aantrekkelijke brochure ter promotie van de subregio;
  • De gouverneur als intendant voor Soldatenveld;

ZO Hageland opereert en komt buiten als 1 blok en engageert zich tot:

  • Een assertief uitspelen van de troeven van deze steden en de gemeenten, als een aantrekkelijke regio om te werken/wonen/leven: “Wij ondernemen en werken in eigen streek!”
  • Regelmatige samenkomsten van de lokale bestuurders voor de opvolging van de voorgenomen acties, standpunten of adviezen ten aanzien van relevante instanties;
  • Ondersteuning van het lokaal ondernemerschap bijvoorbeeld via een premie voor startende ondernemingen of een vrijstelling van onroerende voorheffing (voor 3 jaren).

At last but not at least: ruimte voor economie staat niet los van wonen/werken/leven en wordt natuurlijk gekaderd in het breder ruimtelijk beleid. De lokale besturen zijn van oordeel dat allerlei processen op hoger niveau uitgaan van theorieën of modellen die de buitengemeenten marginaliseren. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zich moeten concentreren bij openbaar vervoersassen, in goed ontsloten dorpen, terwijl De Lijn zijn aanbod alsmaar meer concentreert in grotere (stads)centra. Het is onduidelijk welke ‘win’ er in dit nieuwe ruimtelijke beleid zit voor kleinere gemeenten, welke keuze die dan wel kunnen maken.